DE GEDACHTEN De gedachten zijn vrij, wie kan ze beletten Zij ijlen voorbij, naar eigene wetten Geen mens kan ze raden, of grijpen of schaden Hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij Ik denk wat ik wil, wie zal 't mij verbieden Mijn denken gaat stil, waarheen het wil vlieden Mijn wens en verlangen neemt niemand gevangen Hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij En als men mij sluit in donkere kerker Dan lach ik ze uit, de geest is toch sterker Hij breekt onverdroten de grendels en sloten En werpt ze terzij: de gedachten zijn vrij