LANGS DE MAAS Ik hou van de haven, daar kan ik mij laven aan de rijkdom die elk schip met zich nam. Ik hou van de kaden, met rijkdom beladen Want mijn rijkdom, dat is Rotterdam, Rotterdam… Lang de maas, sta ik vaak in gedachten, langs de Maas droom ik menige droom. (s: menige droom) 'K hou van dokken (s: dokken) en kranen (s: kranen), van silo's (s: silo's) en granen (s: granen) en ik hou van de schepen op stroom (een schip op stroom). Langs de Maas kan ik uren staan wachten (b: staan wachten) want m'n hart, raakt in vuur en in vlam (s: in vuur en vlam) voor de deinende boeien, de scheepshoorns die loeien. Voor de Maas en voor mijn Rotterdam (mijn Rotterdāām)